Jaap van Manen

Beleggen, te weinig ruimte voor beleid op lange termijn

Door Jaap van Manen,

Dit stuk is tevens gepubliceerd op 23 mei in het Financieele Dagblad.

Veel mensen houden er niet van om zelf te beleggen. Bovendien krijgen velen daar zelf niet de mogelijkheid voor. Onze pensioen- en belastingregels zijn zo ontworpen dat ingehuurde professionals bepalen wat er gebeurt met het spaargeld van de meeste mensen. De beleggingsbeslissingen worden genomen door pensioenfondsen en asset-managers. Tussen de sparende mensen enerzijds en de investerende ondernemingen anderzijds staat een hele bedrijfstak.

Het doel van de beleggingen van spaarders betreft een langere termijn: het geld is in het algemeen over enige decennia nodig (voor bijvoorbeeld pensioen). Ondernemen is evenzeer een kwestie van lange termijn. Innovatie, ontwikkeling van talenten en het opbouwen van relaties is in veel ondernemingen een aangelegenheid voor jaren, zo niet decennia of generaties. Het is voor aandeelhouders niet eenvoudig om waar te nemen of een onderneming zich met kwaliteit en goede intenties richt op lange termijn doelstellingen. Om die reden voelen aandeelhouders zich nog wel eens genoodzaakt om zich vooral te richten op de resultaten van de afgelopen jaren en de verwachtingen voor de komende jaren. Dit geldt met name voor aandeelhouders met een institutioneel karakter. De beslissers bij institutionele beleggers worden op hun beurt beoordeeld op hun kwaliteit en intenties. Dat zou betrekking moeten hebben op de lange termijn maar de werkelijkheid is anders.

Professionele beleggers worden beoordeeld op de resultaten op korte termijn en zij worden vooral vergeleken met hun collega’s en concurrenten. Veel geld verliezen lijkt geen probleem als je maar minder geld verliest dan diegene waarmee je vergeleken wordt (de peer). Het volgen of verslaan van de index wordt belangrijk gevonden voor beleggers. Daarnaast zijn er allerhande benchmarks onder meer om de kosten per belegde euro te meten. Het gevolg van dit alles is dat ons pensioenvermogen wordt beheerd met een focus op kosten en een hoge mate van kopiëren. Doe hetzelfde als je concurrenten maar wel beter, zo lijkt het adagium.

Er is geen reden om aan te nemen dat we dat gedrag kunnen veranderen. Bestuurders van ondernemingen kunnen proberen de korte termijn focus van hun beleggers weg te nemen door geen winstverwachtingen voor het komende jaar uit te spreken of minder informatie over kwartaalcijfers te geven. Het grote probleem is dat institutionele beleggers gemonitord moeten kunnen worden. Het is voor bestuurders van pensioenfondsen wel een heel grote gok om te zeggen: we zien over een aantal jaren wel of we goed belegd hebben.

Het is niet mijn bedoeling om institutionele beleggers weg te zetten als incompetent of overbodig. Beleggen is een vak en beleggen door amateurs kan tot grote drama’s leiden. Het voor institutionele beleggers gecreëerde speelveld biedt echter onvoldoende ruimte voor focus op de lange termijn. De beperking tot de korte termijn geven zij door, zij kunnen niet anders. Het gevolg is dat bestuurders van beursfondsen onvoldoende ruimte krijgen voor een beleid dat is gericht op de lange termijn.

De Europese Commissie, die kort geleden een ontwerp richtlijn uitgaf gericht op onder meer institutionele beleggers, wil die beleggers verplichten tot een actievere opstelling waar het aankomt op het stemmen in aandeelhoudersvergaderingen. De grote Nederlandse institutionele beleggers nemen het stemmen serieus. Het lijkt mooi dat institutionele beleggers via hun stemgedrag stimuleren dat het ondernemingsbestuur zich richt op de lange termijn. Maar dat zal niet wegnemen dat diezelfde beleggers zich bij het kopen en verkopen van aandelen richten op de korte termijn. En bestuurders van ondernemingen kunnen het koop- en verkoopgedrag van de institutionele beleggers niet negeren. Voor het hier geschetste probleem voor institutionele beleggers heb ik nog geen oplossing gezien. In onze samenleving denken wij in termen van werken voor je loon en sparen voor je pensioen. Focus op de lange termijn komt alleen tot stand als er meer ondernemers zijn en dus minder mensen altijd werknemer blijven. Dan moeten we wel regelen dat de besparingen voor mensen die ondernemer willen worden, ook daadwerkelijk worden aangewend voor het ondernemerschap. Dat vraagt om een andere manier van denken dan nu gebruikelijk is. En in een land waar velen niet (van huis uit) hebben meegekregen wat ondernemen inhoudt, kan ook veel misgaan.