Jaap van Manen

Bestrijding armoede is goed voor alle Europeanen

Door Jaap van Manen,

Dit stuk is tevens gepubliceerd op 23 oktober in het Financieele Dagblad.

Met enige regelmaat wordt in de Verenigde Staten voorgesteld om geld uit te strooien vanuit helikopters. Dat strooien zou moeten leiden tot meer consumptie en daarmee tot meer economische groei. Het gaat om een slecht uitvoerbaar plan met de beste economische bedoelingen. Er zou waarschijnlijk om het geld worden gevochten, met als gevolg het recht van de sterkste. Dat neem niet weg dat het af en toe wenselijk is om kwistig te zijn met geld. Dat kwistig zijn lijkt in Europa nu hard nodig. Kwistigheid zal vooral goed uitpakken als het geld terecht komt bij relatief arme mensen. Die zullen zich immers gedwongen voelen om dit geld te besteden aan consumptie. Te veel nuttige aankopen zijn te lang uitgesteld. Men kan zich niet permitteren om ruimschoots te gaan sparen.

Overigens is er ook niets mis mee om een veel grotere groep mensen nu een financieel cadeautje te geven. Zonder groei en inflatie blijft de staatsschuld in de meeste landen onhoudbaar groot, ook al wordt er hard bezuinigd. De regeringen uit Europa kunnen ons uit de misère halen door kwistig geld uit te delen aan een grote groep consumenten. Het lijkt mij verstandig dat de lasten van de kwistigheid door alle regeringen gedragen worden, met de kanttekening dat het ook in het belang van de rijkste landen kan zijn dat de sterke schouders iets meer dragen.?
Meer structureel is het van belang om armoede te bestrijden door het minimumloon op de Europese agenda te zetten. Sinds de jaren zestig kennen wij in Nederland het minimumloon. Daarnaast kennen wij sociale zekerheid waarbij het minimum van uitkeringen is gekoppeld aan het minimumloon. Als de goede hoogte wordt gekozen, kan het minimumloon een goede bijdrage leveren aan de strijd tegen armoede. Armoede leidt tot een gevoel van uitsluiting bij volwassenen en tot een achterstand bij kinderen. Die achterstand leidt tot onvoldoende deelname aan het onderwijs en op termijn tot een verbitterde relatie met de samenleving.

Voor het behoud van een samenleving waarbij de vrijheid van meningsuiting, de onafhankelijke rechtspraak en het algemeen kiesrecht boven discussie verheven zijn, is het uitsluiten van armoede van groot belang. Armoede kan immers een voedingsbodem zijn voor nationalisme en extremisme.

Omdat niet alle landen in de Europese Unie een minimumloon kennen en omdat er grote verschillen in minimumloon bestaan tussen landen, is er sprake van een ongelijk speelveld. Werknemers in andere landen, die werken voor een onredelijk laag loon, geven ongewild een subsidie aan de bedrijven waarvoor zij werken. Als een staat zo’n subsidie zou geven dan zou dat terecht worden aangemerkt als oneerlijke concurrentie.
In Europa is momenteel sprake van grote werkloosheid. Daarom lijkt het niet voor de hand te liggen om nu het minimumloon hoog op de agenda te zetten. Ik stel niet voor dat wij nu één Europees minimumloon moeten gaan invoeren. De kosten van levensonderhoud binnen Europa verschillen daarvoor te veel. Het kan zijn dat met een goed sociaal beleid de kosten van levensonderhoud naar elkaar toe groeien.

Het minimumloon dat nu geldt in Nederland zou desastreus zijn voor de werkgelegenheid in een land als Portugal. Ik kan mij voorstellen dat per land gekeken wordt naar de hoogte van kosten van levensonderhoud en dat het minimumloon daarop wordt op afgestemd. Als ieder land dan ook de hoogte van het sociale minimum daarop afstemt is dat uitstekend voor de bestrijding van armoede. Maar het kan voor sommige landen tot een ondraagbare verhoging van de collectieve uitgaven leiden. Ik stel voor dat de rijke landen uit de Europese Unie hier gaan bijspringen.

Ik denk dat het debat nu vooral moet gaan over het lot van de armsten in Europa, ongeacht de vraag waar in Europa deze mensen wonen. Rijke landen zullen moeten bijspringen als bepaalde landen geconfronteerd worden met te hoge lasten die voortvloeien uit de strijd tegen armoede. Dat die rijke landen daarbij eisen zullen stellen aan de realisatie van door Europa gewenste economische hervormingen is zeer waarschijnlijk. Ik beschouw dat als een mooie bijkomstigheid. Het bijspringen kan op korte termijn een bijdrage leveren aan de groei en het bestrijden van deflatie. Een meer structureel bijspringen is onmisbaar voor het bijeenhouden van de Europese Unie en daarmee voor de welvaart en de veiligheid van ons allemaal.