Jaap van Manen

Corporate Governance en de kredietcrisis

door Jaap van Manen,

In de aanloop naar de kredietcrisis heeft in de meeste landen in de Westerse wereld Corporate Governance hoog op de agenda gestaan. In de aanloop naar 2007 is er een stortvloed geweest aan wetten en codes omtrent de machtsverhoudingen tussen Bestuurders, Commissarissen en aandeelhouders. Het denken werd vooral gebaseerd op de belangentegenstelling tussen Bestuurders en aandeelhouders. In Nederland werden de beschermingsconstructies ontmanteld. In veel landen maakten in het bestuur (“one-tier”) uitvoerende bestuurders plaats voor niet-uitvoerende bestuurders. De niet-uitvoerende bestuurders (in ons land de Commissarissen) zijn in het algemeen minder afhankelijk van de CEO maar hebben meestal ook minder kennis van zaken.

Bij dit alles werd over het hoofd gezien dat je aandeelhouders wel meer invloed kunt geven, maar dat dat kan gaan ten laste van de belangen van crediteuren. Met name bij financiële instellingen hebben wij gezien dat meer macht voor aandeelhouders heeft bijgedragen aan het aanvaarden van risico’s die eigenlijk onaanvaardbaar waren. Het opheffen van beschermingsconstructies en het koppelen van bestuurdersbeloningen aan koerswinsten heeft geleid tot het scherp aan de wind zeilen met riskante dienstverlening, bovenmatig dividend en roekeloze overnames.

In zijn algemeenheid kan de mogelijkheid dat een faillissement kan plaatsvinden bijdragen aan de kwaliteit van het risicomanagement, waardoor onoverkomelijke financiële problemen juist voorkomen worden. Als er van wordt uitgegaan dat een faillissement maatschappelijk gezien niet onoverkomelijk is (zoals bij de zogenaamde “systeembanken”) dan valt, zo is gebleken, de reinigende werking van de faillissementsdreiging weg.

Niet uitgesloten moet worden dat het blindelings toepassen van wat goed is voor niet-financiële ondernemingen op financiële ondernemingen niet zonder betekenis is geweest voor het ontstaan van de crisis waarin wij nu verkeren.