Jaap van Manen

Darwin geldt ook voor accountants

door Jaap van Manen,

Dit stuk is tevens gepubliceerd op 13 september in het Financieel Dagblad

Stelt u zich voor dat u accountant bent van een multinational. U bent van oordeel dat deze multinational te weinig doet om mensen met een financiële functie te laten rouleren. U waarschuwt de hoogste leiding dat het achterwege laten van roulatie het risico van samenspanning vergroot, bijvoorbeeld in een deelneming in een ver land. De hoogste leiding heeft een besturingsfilosofie waarin het afdwingen van roulatie niet past. Vertrouwen, en als uitvloeisel hiervan het niet wijzigen van succesvolle teams, wordt buitengewoon belangrijk gevonden. U legt zich er bij neer dat het concern vasthoudt aan deze filosofie en het zou misschien ook vreemd zijn als u dat niet deed. U moet immers niet op de stoel van de leiding gaan zitten. Later blijkt dat er sprake van fraude is bij een grote deelneming die vanwege een intelligent opgezet en consequent uitgevoerde samenspanning, niet door de accountant ontdekt werd en redelijkerwijs ook niet ontdekt had kunnen worden. Als u zo’n fraude niet of veel te laat ontdekt, heeft dat normaal gesproken als gevolg dat u de rest van uw carrière gezien zult worden als een accountant die ernstig heeft gefaald.

Zelf heb ik meer dan dertig jaar als accountant gewerkt. Mijn collega’s en ikzelf waren zeer gemotiveerd om niet bij een financieel schandaal betrokken te raken. Nu ik geen accountant meer ben, realiseer ik mij pas hoe groot de druk is die het risico van bijvoorbeeld een boekhoudfraude legt op het beroepsleven van een accountant. Je ziet goede collega’s die betrokken raken bij een financieel schandaal zoals een boekhoudfraude en bent dankbaar dat het jou niet overkomt. Er zijn te veel financiële schandalen waarbij accountants betrokken zijn om nog te kunnen spreken van de onberispelijke reputatie waar ooit sprake van was. De schuldvraag speelt daarin nauwelijks een rol. Als een accountantskantoor te vaak betrokken is bij een boekhoudfraude, blijft er weinig ruimte voor nuances. Dat neemt niet weg dat er nog veel verbeterd kan worden bij bepaalde accountantskantoren. Het is in dat verband buitengewoon pijnlijk dat de AFM zich regelmatig genoodzaakt voelt om naar buiten te brengen dat accountantskantoren falen in hun kwaliteitszorg. Het is te begrijpen maar ook te betreuren dat de AFM maar in beperkte mate inzicht kan geven in kwaliteitsverschillen tussen de kantoren.

Accountantscontrole wordt nogal eens gezien als een commodity. Het lijkt niet uit te maken welk kantoor de verklaring levert. Op die manier telt alleen de prijs. Zo disciplineert de markt wel op het gebied van prijs maar niet op het gebied van kwaliteit. Een voorbeeld van marktwerking op het gebied van kwaliteit is het Arthur Andersen-scenario. Ten tijde van de boekhoudcrisis kwam dit beroemde kantoor vanwege betrokkenheid bij allerlei fraudes, in met name de VS, zwaar onder vuur te liggen. Dat leidde ertoe dat de cliënten wegliepen en het kantoor dicht moest. Het verdwijnen van een groot kantoor kent nadelen, maar het is misschien wel noodzakelijk om ruimte te creëren voor de goede kantoren, waaronder wellicht ook nieuwkomers. Voor de bestaande kantoren is de dreiging van het Arthur Andersen-scenario een goede prikkel om de hoogste kwaliteit te leveren. Dat is Darwin voor accountants.