Jaap van Manen

De boekhoudfraude is terug bij bedrijven

door Jaap van Manen,

Dit stuk is tevens gepubliceerd op 16 augustus in het Financieel Dagblad

Enige jaren geleden sprak ik in Moskou met accountants over het bijzondere van hun werk in Rusland. Een van hen, die daar als expat werkte, sprak cynisch: ‘Over mogelijke boekhoudfraudes hoef je je hier voorlopig nog geen zorgen te maken. Er zijn nog zoveel andere fraudes mogelijk.’

Sommige Nederlandse multinationals zijn nog steeds gevoelig voor allerlei soorten fraude, waaronder boekhoudfraude. Cultuurverschillen tussen de geografische markten waarin een multinational actief is maken het voor een hoofdkantoor bijzonder moeilijk om het gedrag in den vreemde te doorgronden, laat staan te beïnvloeden. Met name de leiding van dochterondernemingen die succesvol lijken te zijn qua groei en winstgevendheid, kunnen zich gedrag permitteren dat volgens het hoofdkantoor eigenlijk onacceptabel is.

Wanneer een multinational ontstaat door acquisities is de kans groot dat daarmee oppermachtige onderkoningen binnenkomen. Te vaak laten raden van bestuur die hun gang gaan. De onderkoning draagt niet echt bij aan de strategie van de multinational en staat ook niet of nauwelijks toe dat zijn mensen daar aan bijdragen. Hij geeft een slecht voorbeeld en maakt dat de strategische samenwerking binnen de multinational niet van de grond kan komen. Hij zal er tegelijkertijd voor zorgen dat zijn onderdeel bijdraagt aan het financieel resultaat, bij voorkeur zodanig dat hij kan profiteren van het adagium ‘Never change a winning team’. De raad van bestuur heeft vaak weinig zicht op de werkelijke gang van zaken in het onderdeel, zelfs als de betreffende onderkoning lid is van die raad van bestuur. Dilemma’s worden door de onderkoning niet gedeeld en kritische kanttekeningen van controllers en accountants worden afgedaan als wereldvreemd geneuzel van formalisten.

Alleen mensen die volstrekt loyaal zijn aan de onderkoning en zijn belangen, kunnen overleven. Mochten zij al twijfelen over de gang van zaken, zullen zij dit niet delen met het hoofdkantoor. Zij kunnen het financieel ook goed hebben en leren dat zij weinig goeds hoeven te verwachten van het hoofdkantoor, dat wordt gezien als een lastige aandeelhouder die op afstand moet blijven.

Een onderneming, ook een multinational, kan welvaren bij mensen die eigenwijs zijn en niet alles kritiekloos accepteren. Het kan ook geen kwaad dat een leider van een concernonderdeel opkomt voor de belangen van zijn onderdeel. Maar van de raad van bestuur van een multinational mogen wij verwachten dat deze de typische onderkoning tijdig herkent en aanpakt. Dat wel of niet aanpakken wordt echter vaak beleefd als een dilemma. Men vreest voor een verlaging van het resultaat en men beschikt over onvoldoende mensen en middelen voor een doeltreffende interventie.

Terecht wordt er als het misgaat gekeken naar de financiële functie. Hadden de accountants en controllers dit moeten voorzien? Dit is een goede vraag. Maar centraal staat het vraagstuk: hebben de mensen in de lijn zich voldoende gerealiseerd wat de risico’s waren en hebben zij de financiële mensen gesteund in tijden dat het goed leek te gaan? Onderkoningen zijn er soms meesters in om de bemoeials van het hoofdkantoor buiten de deur te houden. Groepscontrollers worden tegengewerkt of om de tuin geleid. Interne en externe accountants nemen te vaak genoegen met een minimale rol bij de concernonderdelen. Als de raden van bestuur ook nog nalaten om stevig in te grijpen, dan wordt fraude wel erg makkelijk.