Jaap van Manen

De les van een beetje watersnood

Door Jaap van Manen,

Stel je voor dat de rivieren in Nederland meer water dan normaal moeten aanvoeren en er ook sprake is van harde storm en springtij. De kans is groot dat velen van ons dan natte voeten zullen krijgen. En helaas zal het daar niet bij blijven. Als wij watersnood krijgen dan kan de impact weleens groter zijn dan van de ramp in 1953. Om dat te begrijpen, hoeven we alleen maar te kijken naar wat er gebeurde toen er een incident met water plaatsvond in de buurt van het VU Medisch Centrum. Het hele gebouw moest worden ontruimd omdat belangrijke apparaten niet meer werkten. Ook de liften werkten niet meer. Dankzij effectief optreden van diverse soorten hulpverleners konden ernstige persoonlijke ongelukken worden voorkomen. Wederom een goede beurt voor de harde werkers in de publieke sector.

Als de wateroverlast die we nu zagen op één locatie, plaats had gevonden in de hele regio Amsterdam, dan waren de gevolgen veel ernstiger geweest. Het aantal benodigde hulptroepen zou een veelvoud zijn geweest van wat we nu zagen. Er zou sprake zijn van paniek en de communicatie zou wellicht worden bemoeilijkt door het uitvallen van allerhande installaties. Opvang zou buiten Amsterdam plaats moeten vinden. Daarbij is het ook goed mogelijk dat als Amsterdam geconfronteerd wordt met watersnood ook andere regio’s door het water gehinderd worden. Het is niet ondenkbaar dat miljoenen mensen in nood komen. De veiligheid zou voor een behoorlijke tijd veel minder zijn en de economie zou een formidabele terugslag krijgen.

Onze kwetsbaarheid voor water is volgens mij te groot. Politici kunnen dat zien en hebben daar wat aan gedaan. Er is een deltaprogramma en er zal worden geïnvesteerd om de kwetsbaarheid te verkleinen. Per gebied in Nederland zijn er kansberekeningen gemaakt die ons vertellen hoe groot de kans op een ramp is. Dat is interessant, maar ik hecht er niet al te veel waarde aan. We weten dat de zeespiegel stijgt en het weer blijft ons verrassen. Allerlei records op het gebied van het weer worden gebroken. Dat soort ontwikkelingen is niet in een kansberekening te vatten. De politieke leiders in Nederland kunnen kiezen uit twee kwaden. Het ene kwaad is niets veranderen aan het huidige beleid en ieder jaar wat investeren in waterveiligheid (het deltaprogramma) en hopen dat het goed komt in de komende jaren. Het andere kwaad is het met kracht verhogen van het investeringsniveau. Zo’n ingreep leidt tot een druk op de overheidsfinanciën die blijkbaar moeilijk is in te passen in het streven naar gezonde verhoudingen.

Als politici kiezen voor de optie van meer investeren, dan zal het hen wellicht niet populair maken. Een mogelijke watersnoodramp is daarvoor te abstract. 1953 is lang geleden, de dijken zijn na 1953 verhoogd, dus waar hebben we het over? Om die reden is het te verwachten dat politici zullen volharden in het huidige deltaprogramma. Men neemt de gok. Dat doen we eigenlijk allemaal. Als de ramp er toch komt dan zal onze economie voor jaren uit het lood geslagen zijn. De begrotingsdoelen die wij nu hebben, zullen zeker langdurig niet gehaald worden. Mensen zullen op de vlucht gaan voor het water en de bedrijvigheid zal grotendeels stil komen te liggen. De ons omringende landen zullen bij moeten springen. Opvang van vluchtelingen in de regio zal voor ons een andere lading krijgen en financiële programma’s onder regie van het IMF kunnen bij ons realiteit worden. Terecht zal dan de vraag gesteld worden waarom men de noodzakelijke maatregelen niet getroffen heeft. Gesteld zal worden dat men de grote investeringen uit het deltaprogramma gewoon naar voren had kunnen halen en dat dat economisch gezien ook helemaal niet slecht hoefde te zijn, gezien de lage rentestand en een economische behoefte aan hogere bestedingen. Dat wordt geen leuke enquête voor de machthebbers van vandaag.

Het lijkt mij goed om het debat weer eens stevig te gaan voeren. De ervaringen met het VU Medisch Centrum geven voldoende aanknopingspunten voor het in kaart brengen van de mogelijke gevolgen van een niet zo heel erg onwaarschijnlijke ramp in de komende jaren. Overigens sta ik graag open voor mensen die mij ervan kunnen overtuigen dat de kans op zo’n ramp bij het huidige tempo van investeren de komende jaren verwaarloosbaar klein is. Dan gaat deze bijdrage over een schijnprobleem. Wie overtuigt mij?