Jaap van Manen

De verantwoordelijke mens

door Jaap van Manen,

Hoofdstuk De verantwoordelijke mens uit het boek Nederland, het Delaware van Europa?

Inleiding

De Nederlandse Corporate Governance Code werd in 2008 voor het laatst herzien. De Code is een vorm van zelfregulering. Een van de voordelen van zelfregulering is de flexibiliteit. Dat wil zeggen dat als de praktijk verandert, de inzichten veranderen of de wetgeving verandert, de Code dan kan worden aangepast. Het is nu tijd om de Code te actualiseren.

De Monitoring Commissie

De Monitoring Commissie heeft als primaire taak het volgen van de naleving van de Code door Nederlandse beursfondsen van in de code opgenomen bepalingen aangaande bestuurders, commissarissen en aandeelhouders. De Code wordt goed nageleefd, zo blijkt uit onderzoek Toch is er veel misgegaan sinds de invoering ervan in 2004. Bankencrises, woekerpolissen, boekhoudcrises, kartels en corruptie schandalen, het zijn allemaal voorbeelden van falend riskmanagement en problemen met het gedrag van mensen binnen een organisatie. Bij al deze voorbeelden ging kortetermijngewin ten koste van waardecreatie op lange termijn. Regelmatig werd waarde vernietigd. In bijna alle gevallen werd een belangrijk deel van de schade geleden door aandeelhouders. In veel gevallen leden ook klanten, leveranciers en overheden schade, om over werknemers nog maar te zwijgen

De invloed van de Code op gedrag

Terecht wordt regelmatig de vraag gesteld of een Code het gedrag binnen een onderneming kan beïnvloeden. De ervaring leert dat dat mogelijk is. Na de van de Code Tabaksblat is dat gebleken. De Code is destijds intensief besproken door bestuurders, commissarissen en aandeelhouders. Een en ander heeft geleid tot een groter bewustzijn en een verbetering van de samenwerking tussen betrokken partijen. Dat is winst.

Als we kijken naar gedrag kunnen we dat doen vanuit verschillende invalshoeken Voor deze bijdrage onderscheid ik drie mogelijke benaderingen, gebaseerd op een bepaald mensbeeld. De drie mensbeelden zijn die van de 'homo economicus', de 'kortzichtige mens' en de 'aansprakelijkheid-vermijdende mens'. Waarschijnlijk heeft ieder mens wel de kenmerken die horen bij de drie genoemde mensbeelden. De 'homo economicus' streeft de eigen welvaart na. Als je redeneert vanuit het mensbeeld 'homo economicus' dan zie je dat het zin kan hebben om bonus regelingen te treffen met werknemers en optieschema's te ontwikkelen voor bestuurders. De 'kortzichtige mens' is iemand die uit zichzelf niet spaart voor de oude dag. Als je redeneert op basis van de veronderstelde kortzichtigheid van mensen ligt het ontwerpen van pensioenregelingen en het instellen van pensioenfondsen voor de hand. Pensioensparen wordt op basis van het mensbeeld van de 'kortzichtige mens' een verplichting. De 'aansprakelijkheid-vermijdende mens' zal regels naleven als de pakkans, de strafmaat of de mogelijke verplichting tot schadeloosstelling maar hoog genoeg zijn. Als men redeneert vanuit 'aansprakelijkheid-vermijdende mens', dan komt men aan een veelheid van regels en sanctiemogelijkheden en daarmee een paradijs voor advocaten, zeker als die zelf het karakter hebben van de 'homo economicus' en van de 'kortzichtige mens'.

Het treffen van maatregelen op basis van de bovengenoemde mensbeelden kan leiden tot onbedoelde neveneffecten. Bonusregelingen en optieschema's gericht op het bevorderen van het economisch gewin van aandeelhouders kunnen ontaarden in kortetermijnfocus en bedrog ten koste van diezelfde aandeelhouders. Pensioenregelingen leiden tot een concentratie van belegde middelen in handen van pensioenfondsen die aangestuurd worden op basis van dagkoersen en benchmarks die iedere maand worden geanalyseerd. De kortetermijnfocus van pensioenfondsen, die nota bene zijn ingesteld om recht te doen aan langetermijnbelangen, vormt een ernstige belemmering voor het langetermijnbeleid van de ondernemingen waarin pensioenfondsen beleggen. Het beeld van de mens die de kosten van aansprakelijkheid wil mijden, leidt tot (meer) regels. Regels kennen drie soorten problemen: regels kunnen fouten bevatten, regels worden vaak niet nageleefd en regels kunnen ertoe leiden dat mensen denken alles te mogen en te kunnen doen wat niet met regels verboden is.

Psychologische aspecten

De Amerikaanse psycholoog Lawrence Kohlberg deed onderzoek naar de morele oordeelsvorming van kinderen. Hij onderscheidde daarbij drie fases. De eerste fase
is het preconventionele niveau, waarin het kind zijn gedrag aanpast aan de regels om straf te vermijden. Goed gedrag voor het kind is gedrag dat het kind geen straf of een beloning oplevert. Het mensbeeld van de 'aansprakelijkheid-vermijdende-mens' kent gelijkenissen met het preconventionele niveau van Kohlberg. De tweede fase is het conventionele niveau, waarin het kind zijn gedrag aanpast om bij de groep te horen. Regels worden nageleefd om op die manier niet buiten de groep te vallen. De derde fase is het postconventionele niveau. In deze fase heeft een kind eigen normen, waarden en principes ontwikkeld, die bepalen hoe het kind zich gedraagt. Dat kan ook betekenen dat het kind zich anders gedraagt dan de groep of de regels voorschrijven, omdat deze regels ingaan tegen de principes van het kind. In deze neemt het kind de verantwoordelijkheid voor het eigen gedrag als dat afwijkt van de norm.

Bij zelfregulering door de Code gaat men uit van het tweede en het derde niveau zoals die worden onderscheiden door Lawrence Kohlberg. Ondernemingen worden geacht zich te gedragen volgens regels die zijn opgesteld door de groep (naleving van de Code). Tegelijkertijd biedt de Code ook ruimte voor het naleven van de eigen principes, zelfs als dat betekent dat de regels uit de code dan niet één-op-één worden nageleefd. Mits de onderneming goed uitlegt waarom de onderneming afwijkt van de regels (het "pas toe of leg uit-principe'), wordt ook dit gezien als toepassing van de code en daarmee als goed bestuur. De Code gaat dus uit van het mensbeeld van de 'verantwoordelijke mens', die de verantwoordelijkheid erkent die voortvloeit uit hun functie of hun beroep. De 'verantwoordelijke mens' is bereid om verantwoording af te leggen over het gedrag en is bereid om dat gedrag bespreekbaar te maken.

Actualisering

Bij een actualisatie van de Code zoals die nu plaatsvindt door de Monitoring Commissie Corporate Governance Code staan daarom verantwoordelijkheid en het afleggen van verantwoording centraal. Wat dat betreft is er niets nieuws onder de zon. Lezing van de door de Commissie Tabaksblat ontworpen Code leert dat ook voor die commissie het dragen van verantwoordelijkheid en het afleggen van verantwoordelijkheid centraal staan.

Voor juristen lijkt de aansprakelijkheid wel eens belangrijker te zijn dan de verantwoordelijkheid. Voor accountants lijkt hetzelfde te gelden. Toen de NBA de beroepsorganisatie van accountants, een cursus 'Zeg wat je ziet' verplicht stelde voor accountants, heb ik dat vooral gezien als een erkenning van de verantwoordelijkheid van accountants, veel meer dan een erkenning van de aansprakelijkheid. Als accountants werkelijk zeggen wat zij zien, dan dragen zij daarbij indirect bij aan het zichtbaar maken van de mate van naleving van de Code. Meerdere onderdelen van de Code komen aan bod bij de controle door de accountant van de jaarrekening van de vennootschap. Als de accountant waarneemt dat de Code niet wordt nageleefd, kan dat worden gemeld aan bestuurders en commissarissen van de betreffende vennootschap. Mochten die met deze signalering niet willen doen, dan kan de accountant altijd nog overwegen om in de accountantsverklaring te zeggen wat hij ziet. In wezen is hier sprake van een verantwoordelijkheid die is afgeleid van de verantwoordelijkheid om ten behoeve van het publiek de jaarrekening van de vennootschap controleren. Het zou heel mooi zijn als juristen in hun advisering aan bestuurders, commissarissen en aandeelhouders de verantwoordelijkheid van deze respectievelijke personen een prominente plaats zouden geven. Cliënten die de Code willen naleven, zullen dat op prijs stellen. Dat doet overigens niets af aan de noodzakelijkheid van cliënten om aansprakelijkheid te vermijden. Het serieus nemen van de verantwoordelijkheid is een onmisbaar middel bij het voorkomen van aansprakelijkheid.

Afsluiting

Het zal de lezer van deze bijdrage niet verbazen dat ik de vraag 'Nederland Delaware van Europa?' ontkennend beantwoord. Delaware is een van de Verenigde Staten van Amerika. Dat betekent dat er veel minder ruimte is voor zelfregulering op het gebied van ondernemingsbestuur dan in Nederland. Het is bovendien een klein staatje dat zeer aantrekkelijk is voor ondernemingen die zo weinig mogelijk last willen hebben van de fiscus en van aandeelhouders. Die benadering is in strijd met de keuzes die de schragende partijen (VNO-NCW, VEUO, Eumedion, VEB, FNV, CNV en Euronext) van de Monitoring Commissie Corporate Governance hebben gemaakt. Deze schragende partijen erkennen begrippen als verantwoordelijkheid en verantwoording afleggen en dat is iets anders dan het streven naar zo weinig mogelijk last van de fiscus en aandeelhouders. Als de schragende partijen oog blijven houden voor de eigen verantwoordelijkheid dan hoeven zij elkaar niet tot last te zijn, maar kunnen zij blijven zoeken naar oplossingen die goed zijn alle betrokkenen.

In mijn gedachten is het wenselijk dat de Code wordt aangepast, omdat het redeneren vanuit verantwoordelijkheden ook leidt tot het leren van zaken de niet goed zijn gegaan en het maken van nieuwe afspraken om een herhaling van die zaken te voorkomen. De Monitoring Commissie verwacht dat de voorstellen voor een actualisatie van de Code die binnenkort openbaar worden, zullen leiden tot discussie. Die discussie kan de Code weer een centrale plaats geven tussen bestuurders, commissarissen en aandeelhouders. Dat kan ook bijdragen aan het elkaar aanspreken op dezelfde verantwoordelijkheden en alleen dat is al een bijdrage aan het ondernemingsbestuur bij Nederlandse beursfondsen.