Jaap van Manen

De zachte kracht van een machtig controleur

door Jaap van Manen,

Profiel Jaap van Manen Het Financieele Dagblad
Door: Louis Hoeks

Jaap van Manen is geen man van onbezonnen acties of hoog oplopende conflicten. Misschien juist daarom wordt in de Nederlandse bestuurskamers goed naar hem geluisterd. De 65-jarige geboren Amsterdammer is behalve ‘boardroomconsultant’ van menig AEX-fonds ook hoogleraar corporate governance en commissaris. Maar bovenal leidt hij de naar hem vernoemde commissie die de regels herschrijft voor goed ondernemingsbestuur bij beursgenoteerde bedrijven.

Woensdag sluit de commissie-Van Manen haar consultatiefase. Daarna mag er niet meer worden gereageerd op de conceptcode die zij in februari presenteerde. Eind dit jaar moet de definitieve versie naar het kabinet. Dan zit de code-Tabaksblat, die dateert uit 2003, weer in een nieuw jasje.

Autoverhuurbedrijf

Al jong ontdekte Van Manen dat ‘de accountant een belangrijk adviseur van de ondernemer is’. Zijn vader bezat een autoverhuurbedrijf, met vestigingen in Amsterdam en op Schiphol. ‘Mijn vader was vaak weg en als hij thuis was ging het aan tafel meestal over de zaak’, vertelt Van Manen, die opgroeide in het Gooi. Hij stak ook veel op van de overbuurman. Dat was W.C. Posthumus Meyjes, voorman van de Vereniging van Effectenbezitters en een pionier in de discussie over corporate governance.

Toen Van Manen achttien was, overleed zijn vader en werd het bedrijf verkocht. De kans hem op te volgen was daarmee verkeken. Van Manen ging accountancy studeren. ‘Ook na mijn studie overwoog ik een overstap naar het bedrijfsleven, maar ik vond de accountancy te leuk’, lacht hij.

Honden

Van Manen is een man van constanten: hij werkte 33 jaar bij PricewaterhouseCoopers en zijn rechtsvoorgangers, tot hij in 2011 met pensioen moest. Sinds 1983 is hij in dienst van de Rijksuniversiteit Groningen en al bijna 40 jaar is hij samen met Andrea, een oud-secretaresse. Het kinderloze paar woonde eerst in Haren en later in Amsterdam-Zuid; samen bezitten ze ook een huisje op Vlieland. Daar loopt Van Manen graag met zijn honden rond.

Van Manen controleerde de boeken bij alle soorten bedrijven: van kleinere ondernemingen tot multinationals als Unilever en pensioenreus ABP. Als partner was hij een ideale leidinggevende, vindt Jim Emanuels. Emanuels was collega-accountant van Van Manen, promoveerde bij hem en werd hoogleraar. ‘Jaap delegeert graag. Het is heerlijk voor talent om zoveel ruimte te krijgen.’

Grote ongelukken

In de jaren negentig leerde Van Manen belangrijke lessen. Zo onderzocht hij de rol van de Nederlandsche Bank (DNB) en de Stichting Toezicht Effectenverkeer bij de geruchtmakende ondergang van de effectenhuizen Nusse Brink en Regio Effect. ‘In tijden met weinig ongelukken ontstaat de neiging om toezicht minder belangrijk te vinden en daar ook minder middelen aan toe te kennen’, legt hij uit. ‘Na meerdere grote ongelukken is dat heel anders. Als het kalf verdronken is, dempt men de put.’

In 1999 rondde de toen 48-jarige Van Manen zijn proefschrift af over het functioneren van commissarissen. De timing was uitstekend. Twee jaar eerder was de commissie-Peters met veertig aanbevelingen gekomen. Eindelijk kreeg de discussie over ondernemingsbestuur in Nederland vleugels. ‘Ik viel met mijn neus in de boter’, herinnert Van Manen zich.

Vrij beroep

Van Manen werd een vanzelfsprekend lid van de opvolgers van de commissie-Tabaksblat, genoemd naar de voormalige topman van Unilever. ‘Tabaksblat had als bestuursvoorzitter van een beursfonds een groot persoonlijk gezag om iets te veranderen. Mijn profiel is anders. Ik kom uit een vrij beroep. Alles draait voor mij om de vraag hoe collega's goed mee te krijgen.’

De methode Van Manen wordt alom geprezen. ‘Wat Jaap zegt is doordacht. Als hij kritiek uit, doet hij dat uiterst voorzichtig’, meent Jean Frijns. De emeritus hoogleraar Beleggingsleer en voormalig hoofd beleggen bij ABP leidde een van de commissies die de code Tabaksblat tegen het licht moesten houden. Daar zat ook Van Manen in.
De commissie Frijns na de presentatie van het rapport over de code tabaksblat in 2008 waarvan Jaap van Manen en Jean Frijns deel uitmaakten. vlnr: Wouter Kuijpers (secretaris), Martha Meinema (secretaris), Roderick Munsters, Kitty Roozemond, Gert Jan Kramer, Jean Frijns (voorzitter, vooraan) Kees Cools, Jaap van Manen en Jos Streppel. foto: Wiebe Kiestra/HH

Eindeloos geduld

‘Zijn kracht is mensen hun verhaal te laten doen en dan zelf met suggesties te komen’, vult Helene Vletter-Van Dort aan. De topjuriste zit in de commissie-Van Manen en maakte hem mee als commissaris bij DNB. Vletter-Van Dort zag in 2014 af van een tweede termijn bij de toezichthouder, mede omdat ze vond dat de overheid te veel op het bordje van DNB legt. ‘Jaap beschikt over eindeloos geduld en is altijd bezig met het zoeken naar draagvlak. Hij masseert zonder dat mensen het gevoel hebben gemasseerd te worden. Daar leer ik van, ik ben veel ongeduldiger.’

Jos Streppel probeerde met Van Manen de discussie te sturen in de commissie-Frijns, die in 2008 haar rapport presenteerde. ‘We hebben samen ingegrepen toen het over de risicoparagraaf ging. Wij wilden voorkomen dat die te veel afweek van de regelgeving in de VS. Dat is gelukt, maar het was een delicaat proces.’

Improvisatietalent

Dat is ook de stijl van Van Manen als adviseur in de bestuurskamer, merkte Streppel, die elf jaar lang financieel bestuurder bij Aegon was. ‘Hij luistert goed, stelt vragen en gaat door op de antwoorden die hij krijgt. Jaap heeft niet van te voren een verhaal in zijn hoofd dat hij bevestigd wil krijgen.’ Van Manen kan altijd vertrouwen op zijn improvisatietalent, merkte hoogleraar Emanuels. ‘Dan gaat hij bijvoorbeeld de ander vragen stellen, terwijl hij zelf onder vuur ligt. Jaap is in de interactie op zijn sterkst.’

Maar behoedzaamheid blijft voor Van Manen belangrijk. ‘Als je de verkeerde toon aanslaat, kun je bij wijze van spreken het werk van maanden in de vuilnisbak gooien.’ Soms wordt Van Manen verweten dat hij vanaf de zijlijn praat. Streppel vindt dat onterecht. ‘Jaap heeft veel krediet in de boardroom. Hij had een prima bestuurder kunnen worden.’

Goede vriend

In de collegezaal lijkt Van Manen nog het meest uitgesproken. Oud-student Dennis Veltrop, inmiddels zelf universitair docent en onderzoeker bij DNB, was toen hij Van Manen leerde kennen het vaak met hem oneens. ‘Tijdens colleges werd ik boos over zijn uitspraken en ging de discussie met hem aan. Maar Jaap provoceerde bewust.’ Inmiddels beschouwt Veltrop Van Manen als een ‘mentor en goede vriend’. ‘We hebben dezelfde relativerende levenshouding: je moet de zaken niet moeilijker maken dan ze al zijn.’

Niet eerder werd ‘Tabaksblat’ zo grondig op de schop genomen. Toch wil Van Manen niet dat het resultaat straks zijn naam draagt. 'De naam Tabaksblat is prima zo', zei hij bij de presentatie van de conceptversie. Ook is hij realistisch over de invloed van de nieuwe code. ‘Die heeft alleen zin als het gedrag van bestuurders en commissarissen verandert.’ Verandering heeft tijd nodig, weet Van Manen als geen ander.