Jaap van Manen

Dollartekens in de polder (2)

Door Jaap van Manen,

Het woord bonus werkt voor veel Nederlanders als een rode lap op een stier. In de meeste landen in Europa wordt hier hetzelfde over gedacht. Mensen associëren de term bonus met onrechtvaardige zelfverrijking en zien de bonus als een uitwas van het kapitalisme. Als een meerderheid van de bevolking iets niet wil, ligt een wettelijk verbod voor het oprapen. Politici zijn actiebereid en willen graag de meerderheid een plezier doen. Vanwege deze situatie worstelen Bestuurders van ondernemingen met het verschijnsel bonus. Bestuurders zien het namelijk als een instrument om mensen te stimuleren om nog beter hun best te doen in het belang van de onderneming. Aandeelhouders zien het bonusinstrument als een stimulans voor Bestuurders om het goede te doen.

Voor Commissarissen en Bestuurders wordt het daarmee wel ingewikkeld. Zij realiseren zich dat aan het instrument bonus iets kleeft dat in potentie bedreigend is voor de goodwill van de onderneming. Zij realiseren zich ook dat een bonusbeleid dat kan rekenen op applaus bij aandeelhouders, om meerdere redenen niet altijd in het belang hoeft te zijn voor dezelfde aandeelhouders. Dat heeft enerzijds te maken met de kwetsbare goodwill van de onderneming en anderzijds met mogelijke ontwrichting van het beloningsgebouw, die kan leiden tot onnodig hoge arbeidskosten in de onderneming. Als zodanig beleefde excessen aan de top kunnen matiging aan de basis in de weg staan. De dientengevolge te hoge arbeidskosten zijn niet in het voordeel van de aandeelhouders.

In een volgend blog geef ik graag een oplossing voor de geschetste problemen.