Jaap van Manen

Hoe Nederland kan profiteren van een Brexit

door Jaap van Manen,

Dit stuk is tevens gepubliceerd op 21 maart in het Financieele Dagblad.

Het bestuderen van de medaillespiegel bij een sportevenement als de Olympische Spelen geeft inzicht in de kracht van landen. In Sotsji kwam Nederland er wel heel sterk uit. Van de 28 landen in de EU scoorden wij het hoogst, op de voet gevolgd door Duitsland, dat net als wij acht gouden medailles behaalde maar minder zilver en minder brons.
Als de EU een land was geweest dan zou het met 37 gouden medailles het hoogst van alle landen hebben gescoord. Nu staat Rusland bovenaan met dertien gouden medailles. Bij de zomerspelen van 2012 haalden de huidige 28 leden van de EU gezamenlijk 95 gouden medailles. De Verenigde Staten scoorden van alle landen het hoogste met 46 gouden medailles.
Binnen de EU scoorde destijds het Verenigd Koninkrijk bijzonder hoog met 29 gouden medailles. Als we er mee rekening houden dat het VK wellicht de EU verlaat, is het goed om ons te realiseren dat onze voorsprong op de rest van de wereld wellicht zal afnemen.

Het is om meerdere redenen bijzonder jammer dat het VK de EU wil verlaten. Historisch gezien is het te betreuren gezien de grote rol die het Verenigd Koninkrijk heeft gespeeld bij het verdedigen van de vrijheid en het bevorderen van de veiligheid in Europa. Op die gebieden heeft het leiderschap getoond en onmenselijk grote offers gebracht. Als we naar de toekomst kijken is het helemaal te betreuren. Juist nu het rommelt in het Oosten van Europa is samenwerking op het gebied van veiligheid bijzonder belangrijk. Dat is uiteraard een aangelegenheid voor de Navo, maar de huidige situatie laat zien dat waar sprake is van rivaliserende wereldmachten, economische samenwerking van essentiële betekenis is. Europese landen die gezamenlijk optrekken als het aankomt op het stellen van voorwaarden aan andere wereldmachten en op het realiseren van onafhankelijkheid voor die wereldmachten is daarbij onmisbaar.

Toch kan ik het niet nalaten om te kijken naar wat lichtpuntjes voor Nederland en voor andere EU landen. Amsterdam is klein is ten opzichte van Londen, maar beschikt wel over een uitstekende infrastructuur, neem de luchthaven en de effectenbeurs. Ons zakelijk centrum ligt op de Zuidas, die door de uitstekende verbindingen met de trein praktisch gezien op Schiphol ligt. Rotterdam ligt, zeker als de Intercity direct (voorheen Fyra) rijdt, ook heel dichtbij Schiphol. Ik vind het jammer dat er nog geen actieplan is voor een sterker Nederland in een kleinere EU. Meer concurrentie is goed voor Europa en meer concurrentievermogen is goed voor Amsterdam en de rest van Nederland.
Europa kan weinig doen om de Britten te behouden. Als iemand weg wil dan is dat zijn of haar eigen keus. Het gaat ten eerste om de intenties om er samen wat van te maken. Als die intenties er niet of onvoldoende zijn, dan heeft onderhandelen niet veel zin. Europa kan zelf wel versnelling aanbrengen in de integratie. Daarbij horen meer gemeenschapszin, meer solidariteit en meer democratie. De meeste maatschappelijke en economische discussies zullen op Europees niveau moeten worden gevoerd, neem bijvoorbeeld de verhoging van de accijns op benzine, gekoppeld aan de verlaging aan belasting op arbeid. Zoiets moois kan alleen worden gerealiseerd als landen in de Europese Unie daarin dezelfde keuzes maken.

Op het gebied van Corporate Governance ligt het zwaartepunt al in Europa. Het enige wat de Nederlandse wetgever hoeft te doen, is het doorgeven van de opties die Europa openlaat. Een goed voorbeeld daarvan is de optie om te werken met een one-tier-board in plaats van met een afzonderlijke raad van commissarissen en raad van bestuur.
Het vraagt om veel zelfbeheersing van de Nederlandse wetgever om belangrijke discussies over te laten aan het Europees niveau door de opties die Europa toestaat, zonder meer door te geven aan dat bedrijfsleven. Het betekent minder politiek debat over allerlei kwesties op Nederlands niveau en meer discussies met een stevige Nederlandse inbreng op Europees niveau. Dat zou een positief effect hebben op ons concurrentievermogen, met name waar het gaat om het aantrekken van beursgenoteerde ondernemingen. Het zou geweldig zijn als buitenlandse ondernemingen van het kaliber Akzo, Heineken en Philips ervoor kiezen een Nederlands beursfonds te zijn. Onze effectenbeurs is er klaar voor, laat de wetgeving daar geen belemmering voor vormen.