Jaap van Manen

Niet koste wat kost grote aanbieders in leven houden

door Jaap van Manen,

Dit stuk is tevens gepubliceerd op 25 september in het Financieele Dagblad.

Er is de laatste tijd veel gedoe over accountants. Mensen vragen zich af of accountants wel de waarheid spreken als zij zeggen dat zij een jaarrekening volgens de regelen der kunst hebben gecontroleerd. Die twijfel moet worden weggenomen. Iedere case waaruit blijkt dat achteraf grote vraagtekens gezet kunnen worden bij de kwaliteit van een door accountants gecontroleerde jaarrekening, vraagt om waarheidsvinding.

Na een spoorwegongeluk of een vliegtuigramp vindt onafhankelijk en diepgaand onderzoek plaats (door de Onderzoeksraad voor de Veiligheid). Alle betrokkenen worden geacht daar aan mee te werken. Er verschijnen rapporten, gebaseerd op zorgvuldig feitenonderzoek en soms met pijnlijke conclusies. De zorgvuldigheid en de redelijke doorlooptijd zorgen er voor dat zinvolle lessen geleerd worden voor de toekomst. Aan dergelijke lessen hebben ook accountants en diegenen die afhankelijk zijn van de kwaliteit van accountantswerk behoefte.
Mijn voorstel aan de wetgever is: stel een onderzoeksraad voor de jaarverslaggeving in en geef die onderzoeksraad de opdracht om voortvarend en zorgvuldig onderzoek te doen naar de ongevallen in de jaarverslaggeving. Deze pijnlijke weg moet bewandeld worden om te kunnen komen tot een beter inzicht in de problemen. Dat is onmisbaar voor het oplossen van die problemen.

Ik vrees dat de accountants en de wetgever mijn ongevraagd advies niet direct zullen omarmen. Dat is jammer, want accountancy zonder waarheidsvinding is een lege huls. Nu vindt er waarheidsvinding plaats in het kader van rechtspraak. Maar dat betekent een lange doorlooptijd en terughoudendheid bij betrokkenen om mee te werken aan waarheidsvinding. Wel heb ik hoop dat die onderzoeksraad voor de jaarverslaggeving er ooit komt. Die hoop put ik uit de grote weerstand die ooit bestond tegen de instelling van de nu zo geroemde Onderzoeksraad voor de Veiligheid.

Men lijkt nu te kiezen voor lapmiddelen. In aanvulling op het externe toezicht komt er nu waarschijnlijk ook intern toezicht, door de instelling van een raad van commissarissen met buitenstaanders. Ik vind het onbegrijpelijk dat men daar zoveel van verwacht. Kort geleden zijn zo goed als alle grote banken en grote levensverzekeraars in de problemen gekomen. Er was sprake van extern toezicht met een, tot dan toe, onberispelijke staat van dienst. Ook was er intern toezicht. De raad van commissarissen van banken en verzekeraars waren bemand met de crème de la crème van corporate Nederland. Het heeft niet mogen baten.

Een andere ingreep die zal worden voorgesteld, is een wijziging in de positie van de raad van bestuur van een accountantsorganisatie. De leden van de raad van bestuur worden, volgens uitgelekte voorstellen, benoemd en ontslagen door de raad van commissarissen. De bestuurders krijgen, in tegenstelling tot (andere) partners een inkomen dat niet of slechts in beperkte mate afhankelijk is van de winst. Volgens mij zijn die bestuurders dan in feite geen partner meer. Hiermee wordt een afstand gecreëerd tussen de leiders en de eigenaren van de ‘onderneming’. De meeste maatregelen in de sfeer van corporate governance zijn er juist op gericht om de afstand tussen de leiders en de eigenaren te verkleinen. Volgens mij is er nog te weinig aandacht voor de problemen die door de bedoelde afstand kunnen ontstaan.

Mijn grote zorg is dat wij koste wat kost de ondergang van één of meer accountantsorganisaties willen voorkomen. Dat lijkt begrijpelijk omdat er al te weinig accountantskeus is voor de grootste ondernemingen. Maar daarbij lijkt te worden vergeten dat de ondergang van gevestigde partijen ruimte kan geven aan nieuwe partijen. Het is niet eenvoudig om een alternatief voor de vier huidige aanbieders van de grond te tillen. Maar het hoeft ook niet onmogelijk te zijn. Het krampachtig in leven houden van de bestaande aanbieders draagt beslist niet bij aan de vrije toegang voor nieuwe spelers. De waarde van nieuwe toetreders is gelegen in innovatie. In de accountancy zou dat kunnen betekenen meer efficiency en minder fouten.

Zelf heb ik lang met plezier in de accountancy gewerkt en het laatste wat ik wil doen is mijn eigen nest bevuilen. Wel wil ik waarschuwen: het uitgangspunt dat accountantskantoren niet mogen verdwijnen, leidt tot een gevoel van onaantastbaarheid. Dat gevoel is levensgevaarlijk. Voor mij is dat een van de belangrijkste lessen van de bankencrisis.