Jaap van Manen

Nog niet klaar voor de oorlog

door Jaap van Manen,

Dit stuk is tevens gepubliceerd op 20 maart in het Financieele Dagblad.

De Economische en Monetaire Unie (EMU), waarvan ons land lid is, had als uitgangspunt dat landen met een niet meer zelfstandig te dragen schuldenlast hun problemen zelf moesten oplossen. De markt mocht er niet op rekenen dat andere leden van de Unie bij zouden springen. Het militaire pact waarvan Nederland lid is, de NATO, heeft als uitgangspunt dat een aanval op een van de leden een aanval is op allen. Eventuele vijanden moeten er op rekenen dat leden bijspringen.

Aan het begin van de eurocrisis werd het voornemen van landen om niet bij te springen op de proef gesteld. De leden van de Unie zijn toen gezakt voor hun examen. Op grote schaal is bijgesprongen. De verwevenheid was zo groot dat men niet anders kon. Het bleek geen reële optie voor de sterke leden van de EMU om de zwakke landen aan hun lot over te laten. Sterke landen zouden dan zelf zwakke landen zijn geworden.

We moeten er mee rekening houden dat de bereidheid om juist wel bij te springen, het uitgangspunt van de NATO, binnenkort ook getest wordt. Het is beslist niet onwaarschijnlijk dat binnenkort een of meer lidstaten van de NATO wordt binnengevallen door Rusland. Rusland zal wellicht ontkennen dat de eigen militairen zijn binnen gevallen en voor sommige Westerse landen kan deze ontkenning een aanleiding zijn om de andere kant uit te kijken. Als de leden van de NATO er van overtuigd zijn dat Rusland bij een NATO-land is binnengevallen, dan kunnen zij niet anders dan zich te gedragen alsof hun eigen land is binnengevallen en de afspraak is dat er dan door de NATO- landen oorlog gevoerd wordt met Rusland.

Ik hou er echter rekening mee dat er in veel NATO-landen geen draagvlak is om een grote oorlog te riskeren omdat een klein land in de problemen is gekomen. Een oorlog tussen NATO en Rusland kan immers uitlopen op een massale slachting met wereldse proporties. Ik sluit niet uit dat na een eerste aanval op een van de NATO-landen twijfel bij en onenigheid tussen regeringen van landen een treffend antwoord in de weg zal staan. We kennen onze eigen intenties en die van onze bondgenoten onvoldoende om er zeker van te zijn dat we adequaat zullen reageren. We hebben behoefte aan zowel politieke als militaire leiders die in staat zijn om bij iedere stap van de Russen een gepast antwoord te geven. Die leiders kunnen hun keuzes alleen maar maken als zij het met elkaar eens zijn over de intenties waarmee zij Rusland tegemoet treden en over de risico’s die zij bereid zijn te nemen. Scenario-analyse is hierbij buitengewoon belangrijk. We moeten er mee rekening houden dat onze regeringen de komende jaren voor grote dilemma’s komen te staan waarmee een groot deel van de NATO-landen geen ervaring heeft.

Het gedoe in het oosten van Europa brengt ons allen langzaam verder in een staat van oorlog met de Russen. Wat we tijdens de Koude Oorlog hebben kunnen voorkomen lijkt nu een feit te worden. Tijdens de Koude Oorlog waren we klaar voor de confrontatie, mede daarom hebben we die kunnen voorkomen. Nu zijn we niet klaar voor de confrontatie, mede daarom is de kans heel groot dat de confrontatie zal komen. Mijn advies aan de regeringsleiders is: maak de mensen beter bewust van de risico’s die we lopen. Schets mogelijke scenario’s en geef ruimte voor een open debat over onze eigen intenties binnen een samenwerking die ons tot nu toe vooral vrede en veiligheid heeft gebracht.

Over de eurocrisis wordt wel beweerd dat wij niet goed voorgelicht zijn. In mijn gedachtegang is dat een zwaktebod in een land als het onze, waarin alle ruimte bestaat voor oppositie en debat. Als de Russen eenmaal zijn binnengevallen zullen er ook mensen zijn die beweren dat wij daarover niet goed zijn voorgelicht. Ook dat zal een zwaktebod zijn. Dit alles neemt niet weg dat het hard nodig is om nu de discussie te voeren over de mogelijke scenario’s in ons conflict met Rusland. Zo’n discussie is angstaanjagend. Het inzetten van de bazooka van Draghi is voor de meeste mensen minder eng dan het lanceren van kernraketten.