Jaap van Manen

Sigaar uit eigen doos

Door Jaap van Manen,

Dit stuk is tevens gepubliceerd op 19 juli in het Financieel Dagblad

Er was eens een man met een leuk bedrag op een spaarrekening. Dat bedrag wilde hij voor later bewaren, evenals de rente (3%) die het geld op de spaarrekening opbracht. Zo af en toe schafte hij wat aan en sloot dan een persoonlijke lening af, die hij zo snel mogelijk afloste. Over die persoonlijke lening betaalde hij 6% rente.

Het zusje van de man had een vergelijkbare situatie: ook zij had een leuk bedrag op een spaarrekening. Het enige verschil was dat zij die spaarrekening aansprak in situaties waarin haar broer een persoonlijke lening zou hebben afgesloten. Het opgenomen bedrag vulde zij zo snel mogelijk aan, evenals de gemiste rente (3%). Per saldo was zij beter af. De ouders van deze mensen leefden nog en zij vonden wat de zoon deed de beste optie. Zij zagen dat hij het geld op de spaarrekening goed bewaarde voor later en waren bang dat als hun zoon eenmaal zou beginnen met het aanspreken van de spaarrekening, hij de verleiding niet zou kunnen weerstaan om al het geld op de spaarrekening er doorheen te jagen.

Voor veel werkende mensen hebben opgebouwde pensioenrechten hetzelfde karakter als de spaarrekening van de man. Men maakt geen gebruik van het gespaarde geld dat bij het pensioenfonds staat en men leent wel geld, bijvoorbeeld voor de aanschaf van een huis. In de komende jaren is het zeer goed denkbaar dat het rendement dat de werknemer maakt op de opgebouwde pensioenrechten lager ligt dan het percentage rente dat hij betaalt voor de financiering van zijn huis. Dat is voor die werknemer zeer ongunstig want het rendement op de opgebouwde pensioenrechten is onzeker. De rentelasten voor de hypotheek staan vast, ten minste als die voor de gehele looptijd zijn vastgelegd. Mocht dat laatste niet het geval zijn, dan ligt het risico voor de werknemer aan beide kanten: het rendement op de opgebouwde pensioenrechten kan tegenvallen evenals de rentelasten op de hypothecaire lening. Als de werknemer zou denken als het zusje dat zojuist beschreven werd, dan zou hij nu al aanspraak willen maken op zijn opgebouwde pensioenrechten. Hij zou aan zijn werkgever en aan zijn vakbond kunnen voorleggen dat het voor hem voordeliger zou zijn als zijn reeds opgebouwde rechten nu zouden worden uitgekeerd. Het is te verwachten dat hij van zijn vakbond en van zijn werkgever te horen zou krijgen dat daarvoor het hele systeem gewijzigd zou moeten worden en dat zij daartoe niet bereid zijn.

Momenteel liggen plannen voor om de pensioenpotten in te zetten op de markt voor hypothecair krediet. Als die plannen worden uitgevoerd, zullen er mensen zijn die via hun opgebouwde pensioenrechten de financiering van hun eigen hypotheek en die van anderen mogelijk maken. Dat is voor die werknemers onaantrekkelijk. Zij stellen via pensioensparen geld ter beschikking aan het pensioenfonds. Dat pensioenfonds stelt geld ter beschikking aan de banken en die lenen het weer uit aan de mensen met opgebouwde pensioenrechten. De rente die de mensen moeten betalen zal hoger zijn dan het rendement dat zij maken op hun pensioenrechten. Zij krijgen een sigaar uit eigen doos en die wordt ook nog eens voor een deel opgerookt door de financiële sector. Deze mensen zouden er goed aan doen eerst te sparen voor de aflossing van hun hypotheek en daarna voor hun pensioen. Hiervoor is een wijziging van het pensioenstelsel nodig. Die wijziging is goed voor de woningmarkt en daarmee goed voor het herstel van de economische groei. Men noemt dat hervormen. We hebben sociale partners die belijden open te staan voor hervormingen. Met een frisse aanpak van het pensioenstelsel kunnen zij hun hervormingsbereidheid laten zien.