Jaap van Manen

Te weinig vermogen bij gewone mensen

door Jaap van Manen,

Dit stuk is tevens gepubliceerd op 20 juni in het Financieele Dagblad.

Het vraagstuk van ongelijkheid is van groot belang voor ons allen. Sommige commentatoren maken zich druk over superrijken en andere commentatoren maken zich druk over superarmen. Helaas zijn de armen in de meerderheid. In Nederland is vooral sprake van grote verschillen in vermogen. Eigenlijk is er sprake van een tekort aan mensen die beschikken over een vermogen van betekenis. Dat lijkt voor die mensen zelf niet zo’n groot probleem omdat ze goede pensioenregelingen hebben, een goede zorgverzekering en kunnen rekenen op allerhande vangnetten. Toch is het tekort aan vermogende mensen een groot probleem voor onze samenleving. Omdat wij te weinig mensen met eigen vermogen hebben, zijn er te weinig mensen die ondernemer kunnen worden. En ondernemers hebben wij nodig om groei te initiëren.

Nederland heeft te veel mensen zonder werk. Daarnaast zijn er te veel mensen met een laag inkomen. Velen zijn buiten hun schuld verstoten van de voordelen van onze welvaart. Bovendien groeit de schuld van onze staat harder dan ons gezamenlijke inkomen. Voor het oplossen van bovengenoemde problemen is economische groei onmisbaar. Door economische groei komen er meer mensen aan het werk en komt er meer geld beschikbaar om de problemen van armoede op te lossen (denk bijvoorbeeld aan het stimuleren van onderwijs voor kinderen uit zwakke gezinnen en aan het verhogen van uitkeringen voor mensen met een beperking). Bovendien is groei noodzakelijk om de stijging van de staatschuld af te remmen of op zijn minst minder zwaar te laten wegen. Voor groei hebben wij ondernemers nodig: mensen die bereid en in staat zijn om naast hun talenten ook hun vermogen in te zetten.

Talenten hebben we ruim voldoende in dit land, het ontbreekt echter aan ondernemend vermogen. Dit heeft als gevolg dat veel mensen die prima ondernemer zouden kunnen zijn, werknemer blijven. Diegenen die ondanks hun gebrek aan vermogen toch ondernemer worden, worden daarbij vooral afhankelijk van bankkrediet. Dat betekent dat zij vaak onvoldoende ruimte krijgen om risico’s te nemen en onvoldoende ruimte krijgen om te focussen op de lange termijn. Nederland heeft mijns inziens behoefte aan vermogen in de breedte. Zonder verandering in onze manier van belasting heffen en in onze manier van denken zal die behoefte niet vervuld kunnen worden.

Ons belastingsysteem staat brede vermogensvorming in de weg. Denk bijvoorbeeld aan de vermogensrendementsheffing die maakt dat sparen voor de toekomst gewoonweg ontmoedigd wordt. Als een werknemer spaart voor het ondernemen zal het spaargeld worden belegd totdat de onderneming opgestart wordt. Stel dat die belegging 3% oplevert, en dat 1% wordt afgedragen aan de vermogensbeheerder, dan blijft 2% over. Daarmee wordt 1,2% belasting betaald. Wat overblijft is een netto rendement van 0,8%. Bij een inflatie van 2% is er dan sprake van krimp van het belegde spaargeld.

Ook het schenkingsrecht verdient aandacht. Het schenken van vermogen is een manier om de verschillen in vermogen te verkleinen (rijke mensen geven normaal gesproken geen geld aan mensen die rijker zijn dan of net zo rijk zijn als zijzelf). Schenken wordt zwaar belast. Die belasting staat het vrijwillig spreiden van vermogen in de weg. Bij de successierechten zien wij ook iets bijzonders. Als mensen van hun ouders erven, dan betalen zij minder belasting dan anderen die van dezelfde overledenen erven. Dat betekent dat vererving buiten de familie, naar bijvoorbeeld mensen die het hard nodig hebben, ontmoedigd wordt.

Maar er is meer dat niet bijdraagt aan brede vermogensvorming. Voor het financieren van studies kan geld worden geleend zonder dat er zelf geld wordt ingebracht en het sparen voor een huis vindt plaats na de aanschaf er van. Als we ons dan ook nog realiseren dat bepaalde sociale vangnetten gepaard gaan met een vermogenstoets, dan ontstaat een beeld dat sparen om te sparen dom is en dat sparen om in de toekomst te gaan ondernemen, op zijn zachtst gezegd, niet wordt gestimuleerd.

Zolang onze overheid particulier vermogen ziet als iets dat je op allerlei momenten kunt afromen, zal van structureel sparen te weinig sprake zijn. Dat zet ons op achterstand ten opzichte van landen waar wel breed gespaard wordt en dus wel breed vermogen beschikbaar is voor het ondernemerschap en de daarmee te realiseren economische groei.