Jaap van Manen

Vluchtelingen niet op bank laten zitten

door Jaap van Manen,

Na de bevrijding in 1945 kwamen Nederlanders terug uit vernietigingskampen en van onderduikadressen. Hun huizen en spullen bleken ingepikt door andere Nederlanders. Bij anderen werd achterstallige erfpacht inclusief boete wegens achterstalligheid geïnd. Nu praten wij daar vol afschuw over. Ik vrees dat mensen over zeventig jaar vol afschuw zullen praten over de ontvangst van vluchtelingen nu.De overheid doet nu haar best, maar uitingen — zowel van politici als van burgers — getuigen van hetzelfde gebrek aan inlevingsvermogen als van de mensen toen. De angst om iets kwijt te raken lijkt sterker dan het geweten en de rede.

Door de angst ontstaat bij velen van ons, ook op het hoogste politieke niveau, een krampachtigheid die een doelgerichte aanpak van de vluchtelingenproblematiek in de weg staat. De mensen die hiernaartoe zijn gekomen kan moed en ondernemingszin niet worden ontzegd. De meesten zijn buitengewoon vitaal. Als die mensen hier aan het werk kunnen gaan, zijn zij een aanwinst voor onze economie. Men zou zich kunnen voorstellen dat veel van de nieuwkomers ondernemer worden of in dienst treden bij een onderneming. Wellicht dat ook vacatures in de zorg en elders in de publieke sector nu eindelijk vervuld kunnen worden. Leegstaande woningen in delen van het land waar men nu kampt met een teruggang van de bevolking kunnen al dan niet tijdelijk worden betrokken door de nieuwkomers. De totale werkgelegenheid zal toenemen.

Veel vluchtelingen van vandaag zijn de Nederlanders van morgen. Bovendien zullen er nog veel vluchtelingen bij komen. De oorlog in Syrië brengt een volksverhuizing op gang waarvan we nu nog maar het begin gezien hebben. Wat dat betreft komt het goed uit dat bij onze regering vijf miljard euro in de zak lijkt te branden. Die vijf miljard zou voor hervormingen gebruikt moeten worden, zo werd kort geleden gezegd. Ik denk dat de meest urgente hervorming nu ligt op het gebied van de introductie van nieuwe Nederlanders.
Uitgangspunt daarbij zou moeten zijn het spreekwoord ‘ledigheid is des duivels oorkussen’. Als vitale mensen niet kunnen werken of studeren, gebeuren er ongelukken. Die mensen zullen eerder geneigd zijn te kiezen voor verboden activiteiten. De mannen die nu gekomen zijn, moeten we nu niet op de bank laten zitten. Hetzelfde geldt voor vrouwen en kinderen die er nu al zijn en voor hen die ongetwijfeld nog zullen komen. Geweldig trouwens, al die nieuwe consumenten.

Meten is weten. Inzicht in de samenstelling van de groep mensen die er nu is en van de groep mensen die nog onderweg is, is onmisbaar voor goed beleid. Meten wat nog gaat komen is onmogelijk, maar onze beleidsmakers zouden wel moeten denken in scenario’s. Ieder scenario bij ongewijzigd beleid lijkt rampzalige gevolgen te hebben omdat wij onze nieuwe landgenoten te lang isoleren, in onzekerheid laten en vooral doelloos rond laten hangen.
Procedures voor het toekennen van vergunningen om te werken en te ondernemen moeten veel efficiënter en effectiever worden. Het gebruik bij overheidsinstanties om een document in behandeling te nemen als het lang op een aantal stapels heeft gelegen, past niet bij deze tijd. Een goed gebruik van ICT en van meerdere inzichten op het gebied van organiseren kan daarbij helpen. Het meest weerbarstige daarbij zal de cultuur bij reeds lang bestaande instanties blijken te zijn. Maar ook dat is oplosbaar.

Je hoeft geen econoom te zijn om te begrijpen dat de mensen die nu naar ons toe komen een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan onze economische groei en aan het verhelpen van knelpunten die nu zichtbaar worden, onder meer door de vergrijzing van de huidige bevolking. Op korte termijn zal geld nodig zijn om de opvang in goede banen te leiden: immigratieautoriteiten, onderwijs- en zorginstellingen en huisvestingsorganisaties hebben nu middelen nodig. Maar daar hebben wij al vijf miljard voor klaar liggen en bij voldoende groei komt er ongetwijfeld meer beschikbaar. Wat we nu vooral nodig hebben is meer inzicht in de verwachte instroom van nieuwe mensen en in de hindernissen die er nu zijn voor immigranten die willen werken en leren. Het wordt tijd dat we de krampachtigheid loslaten en met een nieuw elan gaan werken aan een verhoging van onze welvaart, met dank aan onze immigranten.